Bestemming bereikt
Verbinding verbroken

Met zijn penseel zet de kunstenaar een symbool neer dat voor iedereen iets anders betekent, maar dezelfde funtie heeft: de fantasie te prikkelen. Zo creëren verhalen een droom-wereld die er voor eenieder anders uit ziet en anders voelt. Door taal te gebruiken om beelden en gevoelens te beschrijven gun je iedere lezer zijn eigen droom. Dat is wat verhalen voor
mij al van jongs af aan zijn: voeding voor dromen. Dromen die het leven zin geven. En wat kan de zin van het leven anders zijn, dan je leven zin te geven?

Labels

Laatste berichten

Vorige Volgende

Doosje

Korte verhalen - vrijdag 20 oktober 2017

Ik had het op een voetstuk geplaatst, zoals ik met zoveel dingen doe. Misschien wel zodat ik het niet meer durf te bereiken. Alleen maar dromen. En praten. Veel praten. Over hoe mooi het is. Het voetstuk ophogen. Ik wilde iets dat ik in een doosje kon stoppen,om het te bewaren. Een doosje dat ik open kan maken als ik het koud heb, om de inhoud er van te laten opnemen in mijn bloed, zodat mijn hart het warme gevoel uit het doosje kan rondpompen door mijn lichaam. En ik wilde bij hem zo’n doosje vullen met warmte. Zodat we later, als we onze plek op de wereld hadden gevonden, het niet zouden kunnen nalaten om af en toe nog eens aan elkaar te denken. Of beter nog, dat als een van ons twee zijn plek op de wereld weer zou verliezen, dat we dan alleen nog maar aan dat moment zouden kunnen denken en dat dat ons op de been zou houden. Het moest voor hem net zo belangrijk zijn. Zijn voetstuk op mijn voetstuk, en daar bovenop dan onze eerste keer.

Maar hij had geen voetstuk. En geen remmen. Ik begon te twijfelen, terwijl ik zeker wist dat ik niet meer terug kon. Ik hield me zo stijf als een plank, hij leek er geen last van te hebben. In een mum van tijd was hij in mijn tieten aan het knijpen alsof het stressballen waren. Mijn shirt hing nog om m’n nek en de BH bungelde aan mijn rechterarm. Het zal er wel bijhoren, dacht ik, en ik slikte mijn kreten in, kreten die hij of niet zou horen, of die hij later trots zou gaan imiteren voor zijn vrienden. Deze jongen zou ik inderdaad nooit meer vergeten. Hoe hij zo wild aan mijn broek sjorde, dat ik dacht dat hij mijn knieën uit de kom zou trekken. Hoe ik dacht: nu komt het romantische moment waarvan ik gedroomd heb, toen  zijn hoofd eindelijk weer omhoog kwam en hij me heel even aankeek. Zijn geïrriteerde zucht stonk naar alcohol, rook, de knoflooksaus van het broodje kebab dat hij even tevoren nog snel naar binnen had gewerkt,  en een poging om al deze geuren te verdoezelen met de kauwgom waar hij nog steeds op aan het kauwen was. Het was hem niet gelukt mijn benen ver genoeg uit elkaar te krijgen, niet omdat ik inmiddels bijna kramp begon te krijgen van de spanning in mijn lijf, maar omdat mijn enkels nog gevangen zaten in mijn broek. Het leek mij slim om hem hier even mee te helpen, mijn enkelbanden hadden al het nodige te verduren gehad in de worsteling waarin ik hier op de koude stoeptegels van het schoolplein terecht kwam. Toen ik één voet bevrijd had was hij al tevreden. Hardhandig ging hij op zoek naar de ingang. Toen hij die vond voelde ik een helse, allesoverheersende pijn. Mijn rug schuurde een paar keer over de stoeptegels heen en weer. De stoten van zijn warme adem in mijn gezicht maakten me misselijk. Hij was net op tijd klaar; hij was al weer begonnen met zich aan te kleden terwijl ik zijn broodje kebab uitkotste. “Gaat het?” vroeg hij beleefd. Hij rookte een sigaret, terwijl ik me aankleedde, rillend van de kou.

In stilte fietsten we naar huis. Alles deed pijn. We hadden wind tegen. Het ging tergend langzaam. Hij legde zijn warme hand op mijn rug en duwde me vooruit. Hij keek me aan en glimlachte, zijn gezicht een beetje rood van schaamte. Dit was het moment dat ik in een doosje wilde stoppen. Maar ik wist niet of ik het schoolplein nog zou kunnen vergeten.

Reactie plaatsen

Naam

E-mail

Bericht

Reacties worden geladen...